Informatie

Gebruik deze tools voor onderzoek- of onderwijsdoeleinden, maar ook tijdens uw gesprek met de patiënt

Informatie voor zorgverleners

U-Prevent is een online platform waarop u tools kunt vinden voor het individualiseren van cardiovasculair risicomanagement. U kunt deze tools gebruiken ter ondersteuning van de communicatie met uw patiënten in de spreekkamer. Wij adviseren u uiteraard om hierbij de geldende richtlijnen te volgen. Vergeet ook niet om vooraf de gebruiksvoorwaarden te lezen.

Richtlijnen

Via onderstaande links kunt u Nederlandse en international richtlijnen raadplegen:

Nederlandse richtlijnen:
Europese richtlijnen:
Amerikaanse richtlijnen:
Britse richtlijnen:

Risicoscores

Individuele risicoschattingen voor het optreden van (recidiverende) uitingen van vaatziekte kunnen worden gebruikt voor het informeren van patiënten. Met deze tools kunt u patiënten meer inzicht geven in hun eigen prognose en daarmee mogelijk hun motivatie voor een gezonde leefstijl en therapietrouw positief beïnvloeden.

U kun individuele risicoschattingen ook gebruiken ter ondersteuning van medische besluitvorming over het starten of stoppen van medicatie. Over het algemeen hebben hoog-risico patiënten het meeste baat bij preventieve therapieën zoals cholesterol- en bloeddrukverlaging (BMJ 2011). De absolute risico reductie is namelijk hoger bij hoog-risico patiënten en de ‘number needed to treat’ (NNT) is dus lager (Eur Heart J 2014).

Op U-Prevent vindt u interactieve calculators voor de volgende risicoscores:
SMART risicoscore
De SMART risicoscore (Heart 2013) kan worden toegepast bij patiënten met alle vormen van atherosclerotisch vaatlijden. Hieronder vallen coronairlijden, cerebrovasculair vaatlijden, perifeer vaatlijden, abdominale aneurysmata en polyvasculair vaatlijden. De SMART risicoscore schat het 10-jaars risico op een (recidief) myocardinfarct, beroerte of cardiovasculair overlijden indien de patiënt standaard secundaire preventie zorg krijgt. De risicoscore is opgebouwd uit eenvoudig meetbare patiëntkarakteristieken. De SMART risicoscore werd ontwikkeld op basis van de SMART studie en extern gevalideerd in gegevens van 18.436 patiënten van de volgende gerandomiseerde trials: TNT (Treating to New Targets), IDEAL (Incremental Decrease in End Points Through Aggressive Lipid Lowering), SPARCL (Stroke Prevention by Aggressive Reduction in Cholesterol Levels) en CAPRIE (Clopidogrel Versus Aspirin in Patients at Risk of Ischemic Events) (Circulation 2016).

Aannames behandeleffecten

Leefstijl optimalisatie (gezond dieet, voldoende lichaamsbeweging, gezond gewicht) is geïndiceerd voor alle patiënten met een voorgeschiedenis van atherosclerotisch vaatlijden. De SMART risk score calculator schat het effect van additionele behandelopties op basis van de volgende aannames:
  • Stoppen met roken: deze optie is uiteraard alleen van toepassing op rokers. Wij nemen aan dat door te stoppen met roken het risico op het optreden van vaatziekte van rokers in vergelijking met nooit-rokers (hazard ratio 1.98; BMJ 2015) verandert in het risico van ex-rokers in vergelijking met nooit-rokers (hazard ratio 1.18; BMJ 2015). Daaruit volgt dat stoppen met roken gepaard gaat met een hazard ratio van 0.60 voor het optreden van vaatziekte.
  • Cholesterolverlaging: we nemen aan dat iedere 1.0 mmol/L LDL-cholesterol verlaging gepaard gaat met een hazard ratio van 0.78 op het optreden van vaatziekte (Lancet 2012) tot een streefwaarde van 1.7 mmol/L.
  • Bloeddrukverlaging: we nemen aan dat iedere 10 mmHg verlaging van de systolische bloeddruk gepaard gaat met een hazard ratio van 0.77 (Lancet 2016) tot een streefwaarde naar keuze: 130, 140, 150 of 160 mmHg.
  • Bloedverdunners: Het geschatte risico is gebaseerd op de aanname dat de patiënt standaard secundaire preventie zorg krijgt. Het gebruik van aspirine of andere vorm van bloedverdunning behoort tot deze standaard zorg en gaat dus gepaard met een hazard ratio van 1.0. We nemen daarom aan dat het stoppen van aspirine gepaard gaat met een risicoverhoging die omgekeerd evenredig is aan het effect ervan, namelijk een hazard ratio van 1/0.81 = 1.23 (Lancet 2009). We gaan er vanuit dat het effect van andere vormen van bloedverdunning, zoals trombocytenaggregatieremmers, vitamine K antagonisten of DOAC’s, op hart- en vaatziekten gelijk is aan dat van aspirine.
ADVANCE risicoscore
De ADVANCE risicoscore (Eur J Cardiovasc Prev Rehabil 2011) kan worden toegepast bij patiënten met type 2 diabetes mellitus zónder atherosclerotisch vaatlijden. De score bestaat uit 10 klinische parameters en voorspelt het 4-jaars risico op het krijgen van een myocardinfarct, een beroerte of cardiovasculair overlijden. De ADVANCE risicoscore werd ontwikkeld op basis van gegevens van 7.168 deelnemers aan de ADVANCE trial zonder hart- en vaatziekten en extern gevalideerd in gegevens van 1.836 patiënten met type 2 diabetes mellitus en zonder hart- en vaatziekten die deelnamen aan het DIABHYCAR cohort (Eur J Cardiovasc Prev Rehabil 2011). In de U-Prevent calculator is ervoor gekozen om het met de ADVANCE risicoscore berekende 4-jaars risico te extrapoleren naar een 10-jaars risico volgens de volgende formule: risiso10 jaar = 1-(1-risico4 jaar)^10/4.

Aannames behandeleffecten

Leefstijl optimalisatie (gezond dieet, voldoende lichaamsbeweging, gezond gewicht) is geïndiceerd voor alle patiënten type 2 diabetes mellitus. De ADVANCE risk score calculator schat het effect van additionele behandelopties op basis van de volgende aannames:
  • Stoppen met roken: deze optie is uiteraard alleen van toepassing op rokers. Wij nemen aan dat door te stoppen met roken het risico op het optreden van vaatziekte van rokers in vergelijking met nooit-rokers (hazard ratio 1.98; BMJ 2015) verandert in het risico van ex-rokers in vergelijking met nooit-rokers (hazard ratio 1.18;BMJ 2015). Daaruit volgt dat stoppen met roken gepaard gaat met een hazard ratio van 0.60 voor het optreden van vaatziekte.
  • Cholesterolverlaging: we nemen aan dat iedere 1.0 mmol/L LDL-cholesterol verlaging gepaard gaat met een hazard ratio van 0.78 op het optreden van vaatziekte (Lancet 2012) tot een streefwaarde van 2.5 mmol/L.
  • Bloeddrukverlaging: we nemen aan dat iedere 10 mmHg verlaging van de systolische bloeddruk gepaard gaat met een hazard ratio van 0.74 (JAMA 2015) tot een streefwaarde naar keuze: 130, 140, 150 of 160 mmHg.
  • Bloedverdunners: We nemen aan dat het gebruik van aspirine of vergelijkbare vorm van bloedverdunning gepaard gaat met een hazard ratio van 0.88 (Lancet 2009). We gaan ervan uit dat het effect van andere vormen van antistolling, zoals trombocytenaggregatieremmers, vitamine K antagonisten of DOAC’s, op hart- en vaatziekten gelijk is aan dat van aspirine.
HEART Score
De verschillende versies van de HEART SCORE zijn gebaseerd op de Europese richtlijn uit 2016 op het gebied van cardiovasculair risicomanagement in de klinische praktijk (Eur Heart J 2016) en de Nederlandse multidisciplinaire richtlijn cardiovasculair risicomanagement [herziening 2018]. De Nederlandse versie van de HEART SCORE kan worden gebruikt voor het schatten van 10-jaars risico op zowel ziekte als sterfte door hart- en vaatziekten bij Nederlandse gezonde personen zonder type 2 diabetes mellitus of hart- en vaatziekte. De Europese versies van de HEART SCORE schatten het 10-jaars risico op alléén sterfte door hart- en vaatziekten. De laag-risico versie van de Europese score tabel kan worden gebruikt in Andorra, Oostenrijk, België, Cyprus, Denemarken, Finland, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, IJsland, Ierland, Israël, Italië, Luxemburg, Malta, Monaco, Nederland, Noorwegen, Portugal, San Marino, Slovenië, Spanje, Zweden, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk. De hoog-risico versie van de Europese HEART SCORE kan worden gebruikt in Bosnië en Herzegovina, Kroatië, Tsjechië, Estland, Hongarije, Litouwen, Montenegro, Marokko, Polen, Roemenië, Servië, Slowakije, Tunesië en Turkije. Leeftijd, bloeddruk en cholesterol worden afgerond naar de dichtstbijzijnde categorie.

Aannames behandeleffecten

Leefstijl optimalisatie (gezond dieet, voldoende lichaamsbeweging, gezond gewicht) is geïndiceerd voor alle personen met cardiovasculaire risicofactoren. De HEART SCORE calculator schat het effect van additionele behandelopties op basis van de volgende aannames:
  • Stoppen met roken: deze optie is uiteraard alleen van toepassing op rokers. Wij nemen aan dat door te stoppen met roken het risico op het optreden van vaatziekte van rokers in vergelijking met nooit-rokers (hazard ratio 1.98; BMJ 2015) verandert in het risico van ex-rokers in vergelijking met nooit-rokers (hazard ratio 1.18; BMJ 2015). Daaruit volgt dat stoppen met roken gepaard gaat met een hazard ratio van 0.60 voor het optreden van vaatziekte.
  • Cholesterolverlaging: we nemen aan dat iedere 1.0 mmol/L LDL-cholesterol verlaging gepaard gaat met een hazard ratio van 0.78 op het optreden van vaatziekte (Lancet 2012) tot een streefwaarde van 2.5 mmol/L.
  • Bloeddrukverlaging: we nemen aan dat iedere 10 mmHg verlaging van de systolische bloeddruk gepaard gaat met een hazard ratio van 0.74 (JAMA 2015) tot een streefwaarde naar keuze: 130, 140, 150 of 160 mmHg.
  • Bloedverdunners: We nemen aan dat het gebruik van aspirine of vergelijkbare vorm van bloedverdunning gepaard gaat met een hazard ratio van 0.88 (Lancet 2009). We gaan ervan uit dat het effect van andere vormen van bloedverdunning, zoals trombocytenaggregatieremmers, vitamine K antagonisten of DOAC’s, op hart- en vaatziekten gelijk is aan dat van aspirine.
ASCVD risicoscore
Deze Amerikaanse risicoscore, waarin ook etniciteit is opgenomen als voorspellende factor, wordt aanbevolen door de ACC/AHA richtlijnen over cardiovasculair risico uit 2013 (Circulation 2014). Deze risicoscore kan worden gebruikt voor het schatten van 10-jaars risico op zowel fatale als niet-fatale myocard infarcten en beroertes in gezonde personen in de Verenigde Staten. De ‘Pooled cohort ASCVD risk equation’ is ontwikkeld in data van samengestelde cohortstudies die door de NHLBI werden gefinancierd, waaronder de ARIC-studie (Atherosclerosis Risk in Communities), de ‘Cardiovascular Health Study’ en de CARDIA-studie (Coronary Artery Risk Development in Young Adults) en data van de ‘Framingham Original’ en ‘Framingham Offspring’ cohorten.

Aannames behandeleffecten

Leefstijl optimalisatie (gezond dieet, voldoende lichaamsbeweging, gezond gewicht) is geïndiceerd voor alle personen met cardiovasculaire risicofactoren. De ASCVD calculator schat het effect van additionele behandelopties op basis van de volgende aannames:
  • Stoppen met roken: deze optie is uiteraard alleen van toepassing op rokers. Wij nemen aan dat door te stoppen met roken het risico op het optreden van vaatziekte van rokers in vergelijking met nooit-rokers (hazard ratio 1.98; BMJ 2015) verandert in het risico van ex-rokers in vergelijking met nooit-rokers (hazard ratio 1.18; BMJ 2015). Daaruit volgt dat stoppen met roken gepaard gaat met een hazard ratio van 0.60 voor het optreden van vaatziekte.
  • Cholesterolverlaging: we nemen aan dat iedere 1.0 mmol/L LDL-cholesterol verlaging gepaard gaat met een hazard ratio van 0.78 op het optreden van vaatziekte (Lancet 2012) tot een streefwaarde van 2.5 mmol/L.
  • Bloeddrukverlaging: we nemen aan dat iedere 10 mmHg verlaging van de systolische bloeddruk gepaard gaat met een hazard ratio van 0.74 (JAMA 2015) tot een streefwaarde naar keuze: 130, 140, 150 of 160 mmHg.
  • Bloedverdunners: We nemen aan dat het gebruik van aspirine of vergelijkbare vorm van bloedverdunning gepaard gaat met een hazard ratio van 0.88 (Lancet 2009). We gaan ervan uit dat het effect van andere vormen van bloedverdunning, zoals trombocytenaggregatieremmers, vitamine K antagonisten of DOAC’s, op hart- en vaatziekten gelijk is aan dat van aspirine.
Ouderen risicoscore
De ouderen risicoscore kan worden toegepast bij patiënten van 70 jaar en ouder mét of zónder klinisch manifest vaatlijden (Clin Res Cardiol 2017). De ouderen risicoscore schat het 10-jaars risico op een (recidief) myocardinfarct, beroerte of cardiovasculair overlijden. Deze score is ontwikkeld in data van de PROSPER-trial (PROspective Study of Pravastatin in Elderly at Risk) en extern gevalideerd in data van oudere deelnemers aan de SMART-studie (Secondary Manifestations of ARTerial disease; n = 1.442) en de ASCOT-LLA trial (Anglo-Scandinavian Cardiac Outcomes Trial-Lipid Lowering Arm; n = 1.893). De ouderen risicoscore weegt het risico op niet-vasculaire sterfte mee in de voorspelling van het risico op vaatziekte. Indien u de optie 'overige' geografische regio's kiest, dan worden standaard schattingen voor Noord/West-Europa gerapporteerd.

Aannames behandeleffecten

Leefstijl optimalisatie (gezond dieet, voldoende lichaamsbeweging, gezond gewicht) is geïndiceerd voor alle ouderen met cardiovasculaire risicofactoren. De ouderen risicoscore calculator schat het effect van additionele behandelopties op basis van de volgende aannames:
  • Stoppen met roken: deze optie is uiteraard alleen van toepassing op rokers. Wij nemen aan dat door te stoppen met roken het risico op het optreden van vaatziekte van rokers in vergelijking met nooit-rokers (hazard ratio 1.98; BMJ 2015) verandert in het risico van ex-rokers in vergelijking met nooit-rokers (hazard ratio 1.18; BMJ 2015). Daaruit volgt dat stoppen met roken gepaard gaat met een hazard ratio van 0.60 voor het optreden van vaatziekte.
  • Cholesterolverlaging: we nemen aan dat iedere 1.0 mmol/L LDL-cholesterol verlaging gepaard gaat met een hazard ratio van 0.78 op het optreden van vaatziekte (Lancet 20125) tot een streefwaarde van 2.5 mmol/L.
  • Bloeddrukverlaging: we nemen aan dat iedere 10 mmHg verlaging van de systolische bloeddruk gepaard gaat met een hazard ratio van 0.74 (JAMA 2015) tot een streefwaarde naar keuze: 130, 140, 150 of 160 mmHg.
  • Bloedverdunners: We nemen aan dat het gebruik van aspirine of vergelijkbare vorm van bloedverdunning gepaard gaat met een hazard ratio van 0.88 (Lancet 2009). We gaan er vanuit dat het effect van andere vormen van bloedverdunning, zoals trombocytenaggregatieremmers, vitamine K antagonisten of DOAC’s, op hart- en vaatziekten gelijk is aan dat van aspirine.

Lifetime behandeleffect calculators

Ter ondersteuning van de gezamenlijke besluitvorming in de spreekkamer, kunt u met de U-Prevent calculators behalve individueel risico ook het effect van starten of stoppen van diverse soorten medicatie berekenen, waaronder bloedverdunners, bloeddrukverlagers en cholesterolverlagers. De Europese richtlijn uit 2016 op het gebied van cardiovasculair risicomanagement (Eur Heart J 2016) stelt dat dit soort lifetime behandeleffect calculators in ieder geval van pas kunnen komen bij voorlichting aan personen van jonger dan 50 jaar. Onze verwachting is dat deze calculators eveneens bij personen van 50 jaar en ouder kunnen bijdragen aan inzicht in hun vasculaire gezondheid en ook aan hun therapietrouw met medicatie. Jonge personen (<50 jaar) hebben vrijwel altijd een laag 10-jaars risico op hart- en vaatziekten, ook indien er wel sprake is van belangrijke risicofactoren, zoals hypertensie, die op de lange termijn wel degelijk kunnen bijdragen aan verlies van gezonde levensjaren. Oudere personen (>70 jaar) hebben vrijwel altijd een hoog 10-jaars risico op hart- en vaatziekten, terwijl het effect van preventieve medicatie soms gelimiteerd is door een beperkte resterende levensverwachting. Met name in deze beide situaties kunnen lifetime behandeleffect voorspellingen erg inzichtelijk zijn. In BMJ 2016 leggen wij uit hoe dit soort lifetime behandeleffect modellen methodologisch werken. In onderstaande video vatten wij de hoofdpunten uit dit artikel voor u samen.
Hieronder vindt u een beschrijving van de U-Prevent lifetime behandeleffect calculators. Voor al deze scores geldt dat zij zijn afgeleid uit data van grote observationele, populatie-gebaseerde, cohortonderzoeken. Met deze scores kunt u naast 10-jaars risico ook de vaatziekte-vrije levensverwachting schatten voor iedere individuele patiënt. Voor schatting van het individuele behandeleffect, worden deze lifetime modellen gecombineerd met de gerandomiseerde behandeleffecten uit trials en meta-analyses. In onderstaande beschrijving wordt daarom ook vermeld welke hazard ratio’s precies aan iedere score werden toegevoegd. Bij de berekening gaan we er vanuit dat de effecten van deze behandelingen onderling onafhankelijk zijn en dus multiplicatief. Schattingen van de (toename van) vaatziekte-vrije levensverwachting zijn gebaseerd op (verschillen van) de geschatte mediane overleving van een individuele patiënt.
SMART-REACH score
Het SMART-REACH model ( JAHA 2018 ) kan worden toegepast bij patiënten met alle vormen van atherosclerotisch vaatlijden. Hieronder vallen coronairlijden, cerebrovasculair vaatlijden, perifeer vaatlijden, abdominale aneurysmata en polyvasculair vaatlijden. Het SMART-REACH model schat het 10-jaars risico en lifetime risico (d.w.z. risico tot de leeftijd van 90 jaar) op een (recidief) myocardinfarct, beroerte of cardiovasculair overlijden indien de patiënt standaard secundaire preventie zorg krijgt. De risicoscore is opgebouwd uit eenvoudig meetbare patiëntkarakteristieken. De SMART risicoscore werd ontwikkeld op basis van onderzoeksgegevens van 14.259 vaatpatiënten uit West-Europa die werden geïncludeerd in het REACH-register en extern gevalideerd in 19.170 vaatpatiënten uit Noord-Amerika die deelnamen aan het REACH-register en 6.959 vaatpatiënten uit Nederland, die deelnamen aan het SMART-onderzoek. Voor alle 'overige' geografische regio's worden als standaard de West-Europese resultaten gerapporteerd.

Aannames behandeleffecten

Leefstijl optimalisatie (gezond dieet, voldoende lichaamsbeweging, gezond gewicht) is geïndiceerd voor alle patiënten met een voorgeschiedenis van atherosclerotisch vaatlijden. Het SMART-REACH model schat het effect van medicatie veranderlingen ten opzichte van de huidige behandeling. Deze schattingen zijn gebaseerd op de volgende aannames:
  • Stoppen met roken: deze optie is uiteraard alleen van toepassing op rokers. Wij nemen aan dat door te stoppen met roken het risico op het optreden van vaatziekte van rokers in vergelijking met nooit-rokers (hazard ratio 1.98; BMJ 2015) verandert in het risico van ex-rokers in vergelijking met nooit-rokers (hazard ratio 1.18; BMJ 2015). Daaruit volgt dat stoppen met roken gepaard gaat met een hazard ratio van 0.60 voor het optreden van vaatziekte. Ook nemen wij aan dat door te stoppen met roken het risico op niet-vasculaire sterfte van rokers in vergelijking met nooit-rokers (hazard ratio 1.83; Arch Intern Med 2012) verandert in het risico van ex-rokers in vergelijking met nooit-rokers (hazard ratio 1.34; Arch Intern Med 2012). Daaruit volgt dat stoppen met roken gepaard gaat met een hazard ratio van 0.73 voor niet-vasculaire sterfte.
  • Cholesterolverlaging: we nemen aan dat iedere 1.0 mmol/L LDL-cholesterol verlaging zónder ondergrens gepaard gaat met een hazard ratio van 0.78 op het optreden van vaatziekte (Lancet 2012). De verwachte verandering van het LDL-cholesterol wordt berekend op basis van de huidige cholesterolwaarde van iedere patiënt. Het percentage verandering door verschillende doses en typen statines is gebaseerd op BMJ 2003. We nemen aan dat ezetimibe resulteert in een additionele 24% daling van het LDL-cholesterol (N Engl J Med 2015) en PCSK9-remming in een additionele 59% daling van het LDL-cholesterol (N Eng J Med 2017).
  • Bloeddrukverlaging: we nemen aan dat iedere 10 mmHg verlaging van de systolische bloeddruk gepaard gaat met een hazard ratio van 0.77 (Lancet 2016). We hanteren hierbij een ondergrens van 130 mmHg, aangezien dit momenteel de laagste streefwaarde is die wordt geadviseerd in internationale behandelrichtlijnen. De calculator schat het effect van het behalen van deze streefwaarde, ongeacht of dit gebeurt met medicatie of door leefstijlaanpassing.
  • Bloedverdunners: de geschatte hart- en vaatziektevrije levensverwachting door het SMART-REACH model is gebaseerd op de aanname dat de patiënt standaard secundaire preventie zorg krijgt. Het gebruik van aspirine (of equivalente bloedverdunner, zoals monotherapie met vitamine K antagonisten of DOACs) behoort tot deze standaard zorg en gaat dus gepaard met een hazard ratio van 1.0. We nemen daarom aan dat het stoppen van aspirine gepaard gaat met een risicoverhoging die omgekeerd evenredig is aan het effect ervan, namelijk een hazard ratio van 1/0.81 = 1.23 (Lancet 2009). Duale antiplaatjestherapie (DAPT) resulteert in additionele risicoverlaging ten opzichte van alléén aspirine (hazard ratio 0.78; Eur Heart J 2016), evenals gecombineerd gebruik van aspirine met een lage dosis DOAC (hazard ratio 0.76 ;N Eng J Med 2017).
DIAL model
Het DIAL model ( Eur Heart J 2019 ) kan worden toegepast bij patiënten met diabetes mellitus type 2. Het DIAL model schat het 10-jaars risico en lifetime risico (d.w.z. risico tot de leeftijd van 95 jaar) op een myocardinfarct, beroerte of cardiovasculair overlijden en daarnaast het geschatte aantal ziekte vrije levensjaren. De risicoscore is opgebouwd uit eenvoudig meetbare patiëntkarakteristieken. De DIAL risicoscore werd ontwikkeld op basis van onderzoeksgegevens van 389,366 patiënten met diabetes mellitus type 2 uit Zweden die werden geïncludeerd in het Zweedse Nationale Diabetes Register en extern gevalideerd in 197,785 diabetes patiënten uit heel Europa, Noord-Amerika, Azië en Oceanië die deelnamen aan het Schotse Care Information (SCI) Diabetes register, het secondary Manifestation of ARTerial disease (SMART) cohort, het European Prospective Investigation into Cancer-Netherlands (EPIC-NL) cohort, de Action to Control Cardiovascular Risk in Diabetes (ACCORD) trial, de Action in Diabetes and Vascular disease: preterAx and diamicroN-MR Controlled Evaluation (ADVANCE) trial, de Anglo-Scandinavian Cardiac Outcomes Trial (ASCOT) trial, en de Lipid Lowering Trial component of the Antihypertensive and Lipid-Lowering Treatment to Prevent Heart Attack Trial (ALLHAT-LLT). Het DIAL-model werd aangepast voor hogere incidentie van cardiovasculaire ziekte in Schotland (17 per 1000 patiëntjaren) vergeleken met Zweden (11 per 1000 patiëntjaren). Dergelijke aanpassing voor de incidentie van cardiovasculaire ziekte was niet nodig voor alle andere geografische regio's. Hierbij moet worden opgemerkt dat er mogelijk sprake was van gezonde deelnemer-bias doordat het DIAL-model werd gevalideerd op basis van trial-gegevens. Daarom neemt de U-Prevent-calculator aan dat de incidente van cardiovasculaire ziekte in Oost-Europa even hoog is als in Schotland. De incidentie van cardiovasculaire ziekte in alle andere regios (waaronder overige) werd wel verondersteld vergelijkbaar te zijn met die in Zweden.

Aannames behandeleffecten

Leefstijl optimalisatie (gezond dieet, voldoende lichaamsbeweging, gezond gewicht) is geïndiceerd voor alle patiënten met type 2 diabetes mellitus. Het DIAL model schat het effect van medicatie veranderlingen ten opzichte van de huidige behandeling. Deze schattingen zijn gebaseerd op de volgende aannames:
  • Stoppen met roken: deze optie is uiteraard alleen van toepassing op rokers. Wij nemen aan dat door te stoppen met roken het risico op het optreden van vaatziekte van rokers in vergelijking met nooit-rokers (hazard ratio 1.98; BMJ 2015) verandert in het risico van ex-rokers in vergelijking met nooit-rokers (hazard ratio 1.18; BMJ 2015 ). Daaruit volgt dat stoppen met roken gepaard gaat met een hazard ratio van 0.60 voor het optreden van vaatziekte. Ook nemen wij aan dat door te stoppen met roken het risico op niet-vasculaire sterfte van rokers in vergelijking met nooit-rokers (hazard ratio 1.83; Arch Intern Med 2012) verandert in het risico van ex-rokers in vergelijking met nooit-rokers (hazard ratio 1.34; Arch Intern Med 2012). Daaruit volgt dat stoppen met roken gepaard gaat met een hazard ratio van 0.73 voor niet-vasculaire sterfte.
  • Cholesterolverlaging: we nemen aan dat iedere 1.0 mmol/L LDL-cholesterol verlaging zonder ondergrens gepaard gaat met een hazard ratio van 0.78 op het optreden van vaatziekte (Lancet 2012). De verwachte verandering van het LDL-cholesterol wordt berekend op basis van de huidige cholesterolwaarde van iedere patiënt. Het percentage verandering door verschillende doses en typen statines is gebaseerd op BMJ 2003. We nemen aan dat ezetimibe resulteert in een additionele 23% daling van het LDL-cholesterol (N Engl J Med 2015) en PCSK9-remming in een additionele 59% daling van het LDL-cholesterol (N Eng J Med 2017).
  • Bloeddrukverlaging: we nemen aan dat iedere 10 mmHg verlaging van de systolische bloeddruk gepaard gaat met een hazard ratio van 0.74 (Lancet 2016). We hanteren hierbij een ondergrens van 130 mmHg, aangezien dit momenteel de laagste streefwaarde is die wordt geadviseerd in internationale behandelrichtlijnen. De calculator schat het effect van het behalen van deze streefwaarde, ongeacht of dit gebeurt met medicatie of door leefstijlaanpassing.
  • Bloedverdunners: Het gebruik van aspirine of vergelijkbare vorm van bloedverdunning behoort tot een van de mogelijkheden van preventie van vaatziekten. Het effect van aspirine is afhankelijk van de aanwezigheid van vaatziekten. Voor patiënten zonder vaatziekten in de voorgeschiedenis gaat het starten van aspirine gepaard met een verlaging van het risico met een hazard ratio van 0.88. Voor patiënten met vaatziekten in de voorgeschiedenis gaat het starten van aspirine gepaard met een verlaging van het risico met een hazard ratio van 0.81 (Lancet 2009). We gaan ervan uit dat het effect van andere vormen van antistolling, zoals trombocytenaggregatieremmers, vitamine K antagonisten of DOACís, op hart- en vaatziekten gelijk is aan dat van aspirine.
  • Glucoseverlaging: we nemen aan dat iedere 10 mmol/mol verlaging van het HbA1c gepaard gaat mee een hazard ratio van 0.91 (Diabetologia 2009). We hanteren hierbij een ondergrens van 53 mmol/mol, aangezien dit momenteel de laagste streefwaarde is die wordt geadviseerd in internationale behandelrichtlijnen. De calculator schat het effect voor het behalen van deze streefwaarde, ongeacht of dit gebeurt met medicatie of door leefstijlaanpassingen
  • SGLT2-inhibitie en GLP1-analogen: voor het schatten van de behandel effecten van SGLT2-inhibitie en GLP1-analogen, nemen we voor beide middelen aan dat deze onafhankelijk van HbA1c verlaging werken. De effecten van deze middelen komen uit een recente meta-analyse (JAMA 2018) met een hazard ratio van 0.88 voor SGLT2-inhibitie en 0.91 voor GLP1-analogen.
LIFE-CVD model
Het LIFE-CVD model (nog niet gepubliceerd) kan worden toegepast bij gezonde patiënten zonder hart- en vaatziekten. Dit wordt gedefinieerd als mensen zonder terminale ziekte, een eGFR van <30 ml/min per 1.73 m-2 of een myocardinfarct, dotter- of stentplaatsing, beroerte, TIA, hartfalen of atriumfibrillen in de voorgeschiedenis. Het LIFE-CVD model schat het 10-jaars risico en lifetime risico (d.w.z. risico tot de leeftijd van 90 jaar) op een myocardinfarct, beroerte of cardiovasculair overlijden en daarnaast het aantal resterende hart- en vaatziekten-vrije levensjaren. Het LIFE-CVD model is opgebouwd uit eenvoudig meetbare patiëntkarakteristieken. Het LIFE-CVD model werd ontwikkeld op basis van onderzoeksgegevens van 6,715 patiënten in de Multi-Ethnic Study of Atherosclerosis (MESA) cohort, en is extern gevalideerd in de Atherosclerosis Risk in Communities Study (ARIC), de Heinz Nixdorf RECALL (Risk factors, Evaluation of Coronary Calcium and Lifestyle) Study (HNR, 2000-2003) en de European Prospective Investigation into Cancer-Netherlands (EPIC-NL, 1993-1997).

Aannames behandeleffecten

Leefstijl optimalisatie (gezond dieet, voldoende lichaamsbeweging, gezond gewicht) is geïndiceerd voor alle patiënten. Het LIFE-CVD model schat het effect van veranderingen in medicatie en stoppen ten opzichte van de huidige situatie. Deze schattingen zijn gebaseerd op de volgende aannames:
  • Stoppen met roken: deze optie is uiteraard alleen van toepassing op rokers. Wij nemen aan dat door te stoppen met roken het risico op het optreden van vaatziekte van rokers in vergelijking met nooit-rokers (hazard ratio 1.98; BMJ 2015) verandert in het risico van ex-rokers in vergelijking met nooit-rokers (hazard ratio 1.18; BMJ 2015). Daaruit volgt dat stoppen met roken gepaard gaat met een hazard ratio van 0.60 voor het optreden van vaatziekte. Ook nemen wij aan dat door te stoppen met roken het risico op niet-vasculaire sterfte van rokers in vergelijking met nooit-rokers (hazard ratio 1.83; Arch Intern Med 2012) verandert in het risico van ex-rokers in vergelijking met nooit-rokers (hazard ratio 1.34; Arch Intern Med 2012). Daaruit volgt dat stoppen met roken gepaard gaat met een hazard ratio van 0.73 voor niet-vasculaire sterfte.
  • Cholesterolverlaging: we nemen aan dat iedere 1.0 mmol/L LDL-cholesterol verlaging zonder ondergrens gepaard gaat met een hazard ratio van 0.78 op het optreden van vaatziekte (Lancet 2012). De verwachte verandering van het LDL-cholesterol wordt berekend op basis van de huidige cholesterolwaarde van iedere patiënt. Het percentage verandering door verschillende doses en typen statines is gebaseerd op BMJ 2003. We nemen aan dat ezetimibe resulteert in een additionele 23% daling van het LDL-cholesterol (N Engl J Med 2015).
  • Bloeddrukverlaging: we nemen aan dat iedere 10 mmHg verlaging van de systolische bloeddruk gepaard gaat met een hazard ratio van 0.74 (Lancet 2016). We hanteren hierbij een ondergrens van 130 mmHg, aangezien dit momenteel de laagste streefwaarde is die wordt geadviseerd in internationale behandelrichtlijnen. De calculator schat het effect van het behalen van deze streefwaarde, ongeacht of dit gebeurt met medicatie of door leefstijlaanpassing.
  • Bloedverdunners: Het gebruik van aspirine (of equivalente antitrombotische middelen) behoort tot een van de mogelijkheden van preventie van vaatziekten. Voor patiënten zonder vaatziekten in de voorgeschiedenis gaat het starten van aspirine gepaard met een verlaging van het risico met een hazard ratio van 0.88. Het stoppen van aspirine gaat gepaard met een hazard van 1/0.88 = 1.13 (Lancet 2009). Het effect van monotherapie met andere trombocytenaggregatieremmers, vitamine K antagonisten en DOACís op hart- en vaatziekten kan als equivalent beschouwd worden aan dat van aspirine.

Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website toont video’s van o.a. YouTube. Dergelijke partijen plaatsen cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt kunt u dat hier aangeven. U kunt dan geen video’s op deze website zien. Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren. Deze gegevens worden niet aan derden verstrekt. Lees meer over het cookiebeleid.

Akkoord
Nee, liever niet